De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning één ander zijn hoofdverblijf heeft;
De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet wordt vastgesteld op nihil voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning twee of meer anderen hun hoofdverblijf hebben;
De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt voor kamerbewoners 10 procent van de gehuwdennorm;
De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt voor een dakloze 10 procent van de gehuwdennorm;
Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft:
Verzorgingsbehoeftige: degene die is geïndiceerd voor opname in een verzorgings- of verpleeghuis dan wel een AWBZ-instelling;
Verzorgende: degene die de verzorgingsbehoeftige verzorgt.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Toeslagen
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren gemeente Kampen