**1.** Onverminderd artikel 2, vierde lid, wordt de maatregel toegepast op de bijstandsnorm of de grondslag en wordt vastgesteld op:
a. vijf procent van de bijstandsnorm of de grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
b. tien procent van de bijstandsnorm of de grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
c. vijftig procent van de bijstandsnorm of de grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie;
d. honderd procent van de bijstandsnorm of de grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie.
**2.** Het college heroverweegt een besluit als bedoeld in het eerste lid binnen een door haar te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden bedraagt.
**3.** In afwijking van het eerste lid kan de verlaging ook worden toegepast op de bijzondere bijstand indien:
a. de verwijtbare gedraging van belanghebbende, in relatie met zijn recht op bijzondere bijstand, daartoe aanleiding geeft.
Hoofdstuk 2
Artikel 10
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW, IOAZ 2010