Naar hoofdinhoud

Paragraaf 1

Artikel 1.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Havenverordening Vlaardingen 2004

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. schip: elk vaartuig met inbegrip van een watervliegtuig, een draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een boorinstallatie, een werkeiland of soortgelijk object, een baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton en elk drijvend werktuig, drijvend voorwerp of drijvende inrichting. b. zeeschip: een schip dat wordt gebruikt voor de vaart ter zee of dat blijkens zijn constructie voor de vaart ter zee is bestemd en elk schip dat is voorzien van een document - afgegeven door het bevoegde gezag van het land waar het schip is ingeschreven - waaruit blijkt dat het geschikt is voor de vaart ter zee; c. binnenschip: een schip, niet zijnde een zeeschip; d. tankschip: een schip, gebouwd voor of aangepast aan het vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn laadruimten; e. combinatietankschip: een schip, ingericht om afwisselend onverpakte vloeibare lading of droge lading te kunnen vervoeren; f. schipper: degene, die de feitelijke leiding over een binnenschip voert; g. kapitein: degene die de feitelijke leiding over een zeeschip voert; h. exploitant: de eigenaar, beheerder, rompbevrachter of ieder ander die zeggenschap heeft over het gebruik van het schip; i. havenmeester: degene die door het college als zodanig is aangesteld; j. haven: de wateren binnen de gemeente die voor de scheepvaart openstaan, met uitzondering van de Nieuwe Maas en de Nieuwe Waterweg; k. petroleumhavens: de door het college aangewezen gedeelten van de haven, alsmede de door het college aangewezen ligplaatsen die zijn gelegen buiten de haven, maar binnen het toepassingsgebied van de Havenverordening Vlaardingen 2004; 1. gevaarlijke stoffen: stoffen die gevaar voor explosie, brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming of straling kunnen opleveren, zoals vermeld in de International Maritime Dangerous Goods Code, de (International) Code for the Construction and Equipment of ships carrying Dangerous Chemicals in Bulk, de (International) Code for the Construction and Equipment of ships carrying Liquefied Gases in Bulk van de Internationale Maritieme Organisatie, dan wel in het Reglement voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijn (ADNR); m. schadelijke stoffen: stoffen die als zodanig bij of krachtens de Wet voorkoming verontreiniging door schepen zijn aangewezen of worden genoemd; n. brandbare vloeistoffen: vloeistoffen met een vlampunt dat lager ligt dan of gelijk is aan 100 graden Celsius; o. vlampunt: het vlampunt, bepaald met het toestel van Pensky-Martens; p. schoonmaken: elke handeling die gericht is op of verband houdt met het gasvrij, schoon- of droogmaken van een schip; q. schoonmaakcertificaat: een door een gasdeskundige afgegeven certificaat, volgens een model dat wordt verstrekt door de havenmeester, waaruit blijkt dat de ruimten binnen de ladingzone van een schip die ladingresten van een onverpakte gevaarlijke stof bevatten of laatstelijk hebben bevat, voldoende zijn schoongemaakt; r. gasdeskundige: een door de havenmeester als zodanig aangewezen deskundige; s. ontvangstvoorziening: een voorziening, geschikt voor de ontvangst van scheepsafval en overige schadelijke stoffen dan wel restanten van schadelijke stoffen; t. scheepsafval: afval, met inbegrip van residuen niet zijnde ladingresiduen en sanitair afval, dat ontstaat tijdens de bedrijfsvoering van een schip en valt onder de reikwijdte van bijlagen 1, IV en V van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (Trb. 1975, 147 en 1978, 187 en 188), alsmede ladinggebonden afval, zijnde al het materiaal dat aan boord bij de stuwage en verwerking van de lading als afval overblijft, waaronder in ieder geval begrepen wordt: stuwmateriaal, schoorpalen, laadborden, verpakkingsmateriaal, houten platen, papier, karton, draad en stalen banden; u. college: college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen.

Rechtspraak bij dit artikel