Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Blaricum 1998

1. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven of de bezorging van as is gegeven, alsmede het eventueel daarbij behorende document is overgelegd aan de beheerder. 2. Begraving of bijzetting in een graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een periode van tien jaar indien geen asbussen zijn bijgezet. In het geval asbussen zijn bijgezet bedraagt de verlenging van de uitgiftetermijn een periode van twintig jaar. 3. De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.

Rechtspraak bij dit artikel