Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 6

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Blaricum 1998

1. Het recht op een graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op aanvraag van rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. 2. Na het overlijden van de rechthebbende kan een graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag wordt gedaan binnen een jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. 3. Van de overschrijving wordt een bewijs verstrekt tegen betaling van het ingevolge de Verordening op de heffing en invordering verschuldigde bedrag. 4. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan burgemeester en wethouders niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid gestelde termijn, zijn burgemeester en wethouders bevoegd het recht op een graf te doen vervallen. 5. Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een jaar kunnen burgemeester en wethouders het graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een graf dat inmiddels is geruimd. 6. Het recht op een graf, staande ten name van een rechtspersoon, vervalt bij de ontbinding van die rechtspersoon.

Rechtspraak bij dit artikel