Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 1

Artikel 22

Artikel 22

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Blaricum 1998

1. Het voornemen van burgemeester en wethouders om een graf te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden op een bij het te ruimen graf te plaatsen bord ter kennis van de belanghebbende gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende bij burgemeester en wethouders bekend is. In dat geval doen zij hem uiterlijk een jaar voorafgaande aan het bedoelde tijdstip mededeling van hun voornemen dat lijken worden herbegraven en de as wordt verstrooid. 2. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden herbegraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats. 3. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf, kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn de beheerder schriftelijk verzoeken bij de ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraving elders. 4. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus is bijgezet in een algemeen asbussengraf kunnen de beheerder vragen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders. 5. De rechthebbende op een graf kan de beheerder schriftelijk verzoeken om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weer in dezelfde grafruimte te doen begraven dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven en/of de bijgezette asbussen ter beschikking te houden om deze weer in of op dezelfde grafruimte te doen bijzetten of te doen verstrooien dan wel om deze elders opnieuw te doen bijzetten of te doen verstrooien.

Rechtspraak bij dit artikel