**1.** De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.
**2.** Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.
**3.** Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.
**4.** De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de vergadering.
**5.** Als een van de raadsleden meent dat sprake is van een “persoonlijk feit”, zal de voorzitter dit raadslid de gelegenheid geven hierop te reageren.
Hoofdstuk 3
Artikel 20
Spreekregels en volgorde van sprekers
Onderdeel van Het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Blaricum per 1 januari 2009