Onverminderd de beïndigings- en intrekkingsgronden die in wetgeving is opgenomen, kan het college een voorziening beëindigen of intrekken:
a. indien de persoon die aan de voorziening deelneemt de aan deze voorziening verbonden verplichtingen niet nakomt;
b. indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep;
c. indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
d. indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle duurzame arbeidsinschakeling.
Hoofdstuk II › Afdeling 3
Artikel 22
Gronden tot beëindiging van de voorziening
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit participatie gemeente Vlaardingen 2010