Naar hoofdinhoud

Deel 4

Artikel 4.2

Gebied 2: Villagebied

Onderdeel van Nota Welstand Blaricum

Beschrijving In dit gebied liggen verspreid langs wegen en paden landelijke villa's, landhuizen en ruime middenstandswoningen. De woningen zijn veelal centraal op de kavel gesitueerd. De ligging van de gebouwen is terughoudend. Ze staan op wisselende afstand van de wegen en paden en hebben vaak een ruime onderlinge afstand op grote groene kavels die worden afgewisseld met bospercelen, open akkertjes en weilandjes. Samen met de bescheiden en tegelijkertijd zorgvuldige architectuur zorgt dit voor een landelijk en dorps karakter. De villagebieden van Blaricum lopen naadloos in de villagebieden van Laren en Huizen. De aanwezige bebouwing is individueel en afwisselend, in samenhang met de afmetingen van de kavel. Daarbij is sprake van een afwisseling in architectuurstijlen. Elke tijdsperiode heeft sporen achtergelaten', waarmee sprake is van een enorme rijkdom aan bouwstijlen, die bovendien nog steeds verder wordt aangevuld. Relatief weinig woningen zijn per twee gekoppeld, drie of meer geschakelde woningen zijn zeldzaam in dit gebied. Vrijwel alle woningen hebben een eenvoudige opbouwbestaande uit één tot twee bouwlagen en zijn vaak voorzien van een kap. Rieten kappen met een golvende noklijn en dakvoet komen daarbij regelmatig voor. Platte daken daarentegen komen ook voor in het gebied. De architectonische uitwerking is zorgvuldig en bescheiden met ontwerpaandacht voor alle details. Het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel en afgestemd op het karakter van het gebied. Binnen het villagebied zijn diverse panden met een hoge cultuurhistorische waarde aanwezig. Het gebied kent ook enige nieuwbouw. De nieuwe bebouwing benut veelal de mogelijkheden die het bestemmingsplan ter plaatse biedt en dat leidt tot een zekere schaalvergroting van de bebouwing en minder terughoudend van uitstraling. Binnen de villagebieden van Blaricum kunnen verschillende deelgebieden onderscheiden worden. De deelgebieden vertonen in ruimtelijke opzet sterke overeenkomsten. Naast deze overeenkomsten, hebben de deelgebieden echter ook eigen onderscheidende kenmerken ten aanzien van de situering, ondergrond en opbouw. Bron: Villaparken, Nota van Uitgangspunten, 2007, R OI 1. Noordwestelijk deelgebied De woningen binnen het gebied vormen uitlopers van de lintbebouwing van verschillende ontsluitingsroutes, zoals de Naarderweg. De gebouwen staan op wisselende afstand van de wegen en paden en hebben vaak een ruime onderlinge afstand. De woningen hebben veelal een eenvoudige opbouw, bestaande uit één tot twee bouwlagen met een kap. Rieten kappen met een golvende noklijn en dakvoet komen daarbij regelmatig voor. In dit deelgebied komen ook enkele panden met een plat dak voor, waaronder Huis Hildebrand van Rietveld. Het gebied heeft een zeer groen en bosrijk karakter door de groene kavels en bermen, de erfafscheidingen van hagen, struiken en bomen en door het aanwezige hoogteverschil. Bebouwing in het noordwestelijk deelgebied 2. Middengebied inclusief bebouwing rondm Huizerweg De oorspronkelijke uitvalswegen met lintbebouwing liggen vrijwel parallel aan de in het landschap aanwezige hoogtelijnen. Tussen de wegen met de aanwezige lintbebouwing is in de loop der tijd het gebied ingevuld met villa-achtige bebouwing. In vergelijking met het noordwestelijk gelegen deelgebied, heeft dit deelgebied kleinere kavels en een hogere bebouwingsdichtheid. Aan de Huizerweg zijn naast vrijstaande woningen ook twee-onder-een-kapwoningen en enkele geschakelde woningen gesitueerd. De sfeer en opzet van de Huizerweg met kruisende wegen is vergelijkbaar met het gebied tussen de Torenlaan en de Naarderweg. De kavels in dit deel zijn echter iets minder ruim. Dit is echter inherent aan de woningtypes op deze kavels en situering als lintbebouwing. Centraal staat het behoud van de verscheidenheid in woningtypen (vrijstaand, geschakeld, twee-aaneen) en het behoud van doorzichten of groene tussenruimten tussen de bebouwing. Bebouwing in het middengebied Bijzonder in dit gebied zijn enkele woningen aan of nabij de Huizerweg, die tot stand zijn gekomen volgens een samenhangend plan uit de jaren twintig, van architect Harry Elte. Kenmerkend zijn de lage bakstenen gevels, de steile rieten kappen, (met gebogen kapschilden) en de roedenraampjes. Panden van architect Harry Elte aan Huizerweg en Dwarslaan Rond 1900 zijn in het gebied nabij de Torenlaan-Noolseweg-Zwaluwenweg diverse koloniehuizen gerealiseerd voor het Internationale Broederschap, een Christen-anarchistische beweging opgericht door professor Van Rees en dominee Kylstra. Het gaat daarbij om cottage-achtige huisjes/hutten met een houtconstructie, veelal met hout bekleed en met rieten zadeldaken. Maar er zijn ook koloniehuizen met baksteen en pannendaken. Diverse koloniehuizen zijn ontworpen door de architect Theo Rueter, zoals ‘De Weitekorrel’ (Torenlaan 19) en ‘Drukkerij Vrede’ (Torenlaan 29-31). Koloniehuizen aan de Torenlaan 17 en Torenlaan 21 3. Deelgebied rondom Mauvezand De kavels in het deelgebied variëren in grootte en in situering en zijn niet allemaal gesitueerd aan wegen. Enkele percelen bevinden zich achter de kavels aan de wegen, waardoor een vrij ongestructureerd kavelpatroon is ontstaan. De variatie in wegen, verkaveling, functies, (agrarisch en recreatief) en de situering van het natuurreservaat Mauvezand, zorgen voor een afwisselend beeld in het deelgebied. Centraal staat het behoud van zowel het groene, dichtbeboste karakter van de openbare ruimte als van de particuliere kavels en het behoud van doorzichten of groene tussenruimten tussen de bebouwing. Bebouwing in het deelgebied rondom Mauvezand 4. Zuidelijk deelgebied Dit deelgebied maakte in het verleden deel uit van het landelijk gebied en is in de loop der tijd verkaveld naar een woongebied. Het is een halfopen gebied, waardoor het deelgebied het karakter heeft van een dorpsrand. Het deelgebied vormt de overgang naar de open en vlakke polders van de Eemvallei. In het deelgebied is wonen de voornaamste functie. Centraal staat het behoud van de aanwezige doorzichten en groene tussenruimten tussen de woningen. Bebouwing in het zuidelijk deelgebied 5. Crailo Afzonderlijk van de rest van het gebied ligt het deelgebied Crailo. Dit deelgebied is in het meest westelijke gedeelte van de gemeente gesitueerd, enigszins los van andere bebouwing in Blaricum. De Prins Hendriklaan is één van de toegangswegen van Blaricum en dit is ook te zien in het profiel van de weg: de weg heeft het uiterlijk van een groene laan. Er zijn vrijwel uitsluitend vrijstaande woningen gesitueerd op ruime kavels met een groot oppervlak. Garages zijn veelal aanwezig op de kavels. Het gehele woongebied heeft een groen karakter door een combinatie van openbaar groen en het groen op de woonkavels. Hierdoor is een groot deel van de woningen verscholen achter het "groen" en ligt uit het zicht vanaf de openbare weg. Hierbij is van belang dat de karakteristiek van het plangebied mede is ontstaan door de verschillen in bouwstijlen. Bebouwing in Crailo In de nota Erfafscheidingen, hekken hagen, en toegangspoorten in Blaricum wordt beschreven aan welke voorwaarden hekken en poorten (aan de voorzijde) moeten voldoen in het Villagebied. Daarbij kunnen hekwerken als erfafscheidingen aan de voorzijde tot 2 m hoog worden gebouwd, middels ontheffing van het bestemmingsplan, onder voorwaarden ten aanzien van de plaatsing en uitvoering. Een voorbeeld van deze voorwaarden is dat het hek op 1,5 m van de erfgrens wordt geplaatst. Hekken van 1 m langs de erfgrens zijn (bouw)vergunningsvrij en deze worden dan ook niet getoetst aan de welstandsnota (met uitzondering van de excessenregeling). Verder worden ook poorten hoger dan 1 m worden getoetst, met dien verstande dat poorten tot 1 m (bouw)vergunningsvrij zijn en niet aan welstandscriteria worden getoetst. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid Kwaliteit staat voorop in het villagebied, dat vanwege de architectonische waarde van veel panden uit de beginjaren van de twintigste eeuw van grote cultuurhistorische waarde is. Er is sprake van een gebouwde omgeving waarvan de architectonische waarde ver boven het gemiddelde van een Nederlands dorp uitsteekt. Deze ligt mede in het groene karakter van het gebied, maar ook in de verscheidenheid in bouwstijlen. Bij aanbouwen en wijzigingen dient de stijl en de schaal van oude panden te worden gerespecteerd, waarbij men niet verplicht is deze na te bootsen. Bij nieuwbouw dient de toon die is gezet met de kwaliteit van deze gebouwen als uitgangspunt, waarbij ook met eigentijdse middelen een kwalitatieve bijdrage aan de ruimtelijke karakteristiek kan worden geleverd. Welstandsniveau In het villagebied in Blaricum is het welstandsbeleid gericht op het verbeteren en in standhouden van de landschappelijk ingepaste bebouwing met een zorgvuldige en bescheiden architectonische uitwerking en verschillen in toegepaste bouwstijlen. Ligging • het landelijke en groene karakter van het gebied behouden; • gebouwen staan vrij op de kavel en hebben een grote onderlinge afstand. Massa • gebouwen zijn individueel en afwisselend; • gebouwen hebben een opbouw die bestaande uit een onderbouw van één tot twee lagen met een hellende kap als duidelijke beëindiging, dan wel plat afgedekt; • op-, aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa; • bij aanpassingen aan gebouwen moet de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar blijven; • in het Middengebied inclusief bebouwing rondom Huizerweg is behoud van de verscheidenheid in woningtypen (vrijstaand, geschakeld, tweeaaneen) van belang. Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking is zorgvuldig, bescheiden en gevarieerd; • ontwerpaandacht voor alle details; • wijzigingen en toevoegingen zijn in maat, schaal en stijl zorgvuldig afgestemd op het hoofdvolume; • In het deelgebied Crailo wordt eenvormigheid voorkomen en worden verschillende bouwstijlen toegepast. Materiaal- en kleurgebruik • het materiaal- en kleurgebruik is ingetogen; • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen eventueel gecombineerd met natuursteen, pleisterwerk of houten delen; • daken zijn gedekt met gebakken pannen, leien, natuurriet of zink; • het houtwerk is geschilderd in gedekte kleuren, met respect voor de cultuurhistorische waarden. Kleine plannen In afwijking van de criteria voor Erf- of perceelafscheidingen, voldoen in dit deelgebied de erf- of perceelafscheidingen aan onderstaande criteria. Hekken hoger dan 1 m, met een maximum van 2 m: • Het hekwerk wordt 1,5 m terug geplaatst ten opzichte van de erfgrens. • Deze ruimte tot de erfgrens in te planten met een haag. • Geen gemetselde muren of penanten toepassen. • Een minimale transparantie van 80% toepassen. • In een gedekte, donkere kleur (zwart of donkergroen). Poorten hoger dan 1 m: • De poort wordt minimaal 1,5 m teruggeplaatst ten opzichte van de erfgrens. • De poort heeft verwantschap met de architectuur van het gebouw. • Gemetselde penanten in lijn met hekwerk (=1,5 m teruggeplaatst) mogen tot maximaal 2 m hoogte. • De poort minimaal 50% transparant maken.

Rechtspraak bij dit artikel