Naar hoofdinhoud

Deel 2

Artikel 2.4

Analyse ruimtelijke kwaliteit

Onderdeel van Nota Welstand Blaricum

Om de specifieke ruimtelijke kwaliteiten van de gemeente te onderzoeken, de relatie die de bebouwing aangaat met de openbare ruimte en het landschap te onderzoeken is een analyse gemaakt die zijn weerslag heeft gevonden in de kaartbeelden op de volgende pagina's. Uit deze analyse van de ruimtelijke kenmerken van zowel het landschap, de openbare ruimte als de bebouwing, is een visie op het gebied voortgekomen waarbij de belangrijkste kenmerken van de samenhang tussen de bebouwde omgeving en het landschap centraal staan. Globale gebiedstypering De gemeente Blaricum ligt aan de rand van het Gooi, direct grenzend aan Laren, Eemnes en Huizen. Blaricum wordt gekenmerkt door veel individuele bebouwing als villa's en (voormalige) boerderijen en seriematige bebouwing in de uitbreidingswijk op ongeveer twee kilometer afstand van de historische kern. Belangrijke kenmerken zijn: • gelegen op de overgang tussen de hooggelegen, reliëfrijke Gooise stuwwallen en de lage, vlakke Eemvallei; • woongebieden lopen naadloos over in aangrenzende gemeenten; • A27 vormt een grens en doorsnijdt de gemeente; • kern van (voormalige) boerderijen en dorpsachtige bebouwing met rond de erven kronkelende paden en wegen in een spinnenwebachtig, organisch gegroeid wegenpatroon; • om de kern lanen en wegen met villa's, landhuizen en ruime middenstandswoningen; • aan de noordoostkant kleinschalige seriematige uitbreidingen; • op ongeveer twee kilometer afstand van het dorp een grote uitbreidingswijk, grenzend aan Huizen met een meanderende hoofdstructuur; • aan de zuidwestkant gelegen in bos en heidegebied; • weidegebieden en Gooi- en Eemmeer aan de noordoostkant van de gemeente. Historie Blaricum is in de tiende eeuw als kerkdorp gesticht en is tot diep in de twintigste eeuw een landbouwdorp geweest dat nog geheel functioneerde volgens het middeleeuwse systeem van grondgebruik. • op gemeenschappelijke weidegronden in de Eemvallei (de Meenten) werd het vee gehouden; • op hoger gelegen gronden (de Engen) was akkerbouw mogelijk en werd traditioneel boekweit en rogge verbouwd; • schapen zorgden voor mest voor de akkerbouw en graasden op de heidevelden, die zich hierdoor steeds verder uitbreidden; • de bebouwing van het dorp bestond voor het grootste deel uit boerderijen; • tussen de erven lagen weilanden en boomgaarden; • op zandgronden ontstonden door de veedriften een spinneweb-achtige, organische structuur. Historische structuur Belangrijke kenmerken van de historische structuur zijn: • Blaricum op de grens tussen bos en weide; • op zandgronden een spinnewebachtige structuur en enkele doorlopende radiaalwegen naar omliggende dorpen; • bebouwing ligt geconcentreerd bij elkaar, wel met een ruime onderlinge afstand; • buiten de kern ligt nauwelijks bebouwing. Ontwikkelingen in de twintigste eeuw In de loop van de negentiende eeuw trad er verdichting in het dorp op. Oude percelen werden daartoe verdeeld, weiden en akkers verkaveld. Ondanks de verdichtingen, die hebben plaatsgevonden, is de kern van Blaricum nog zeer goed behouden gebleven. Boerenerven, weilanden en akkertjes wisselen elkaar af. Een aantal wegen is nog steeds een zandpad en de bebouwing is nog redelijk authentiek. Vanaf het einde van de negentiende eeuw hebben vanwege de ongerepte schoonheid van het Gooi veel internationaal bekende kunstenaars, maar ook wetenschappers, filosofen, vrijdenkers, wereldverbeteraars en intellectuelen van allerlei aard zich in Blaricum gevestigd. Deze mensen wisten de weg te vinden naar goede en dikwijls internationaal bekende architecten en tuinarchitecten. Een en ander leidde tot een gebouwde omgeving waarvan de architectonische waarde ver boven het gemiddelde van een Nederlands dorp uitsteekt. De typische Gooise landhuisarchitectuur leent zijn ontstaan daaraan en aan de stijl van de Saksische boerenhoeve en de Engelse landhuisbouw. Daarnaast hebben vanaf de twintiger jaren de modernen als Rietveld, Elling, Hein Salomonson en Hausbrand verscheidene huizen in Blaricum gebouwd. Ook de tuinen met omringende groenopstand en hagen langs de erfafscheidingen in deze omgeving zijn van bijzondere ruimtelijke kwaliteit. Bijzonder in de ontwikkeling van Blaricum is de vestiging in 1900 van de Stichting Internationale Broederschap, opgericht door Professor Van Rees en dominee Kylstra. Ze hadden een groot terrein aan de Torenlaan waar de leden in hun onderhoud moesten voorzien door middel van landarbeid en enige bedrijvigheid. Aanvankelijk werden de leden ondergebracht in een groot gemeenschapshuis en later in kleine houten woningen. In 1904 is het Broederschap uiteengevallen. Diverse koloniehuizen aan de Torenlaan en Noolseweg herinneren aan die bijzondere periode. Aanvankelijk werd er in hoofdzaak langs de uitvalswegen en bestaande zandpaden gebouwd, maar later werden ze ook langs nieuw aangelegde wegen gebouwd. Langs de bestaande uitvalswegen is veelal een soort lintbebouwing ontstaan. Op een aantal plaatsen zijn de gebieden tussen de uitvalswegen verkaveld. De grote bouwstroom heeft pas na de Tweede Wereldoorlog plaatsgevonden. Ter plaatse van akkers is er verder verdicht. In de jaren zeventig is ook de grote uitbreidingswijk Bijvanck gebouwd. Aansluitend wordt in de Blaricummermeent gebouwd. Cultuurhistorie Blaricum heeft veel cultuurhistorisch waardevolle gebieden. • de kern van Blaricum heeft zeer hoge cultuurhistorische waarde; • delen van het aangrenzende villagebied zijn cultuurhistorisch zeer waardevol; • tussen de bebouwing liggen veel kleine akkertjes en weilandjes die voor het landelijke beeld van Blaricum heel waardevol zijn. Structuur Hoofdpunten in de structuur zijn: • drie noord-zuid lopende wegen (Schapendrift, Franse Pad/Melkweg en Meentweg, die evenwijdig lopen tussen de zandgrond van het Gooi en de veengebieden van de Eemvallei; • tussen deze hoofdwegen ligt een radiaalstructuur van slingerende paden; • steeds worden twee of drie boerenerven al dan niet met weiland ingesloten door dit fijnmazige padennet; • bebouwing in het dorp neemt vanaf het centrum geleidelijk af in dichtheid; • kern van het dorp is slechts kenbaar door verdichting in de bebouwing; • weids zicht op open plekken in het bos (de heidevelden), het Gooi- en Eemmeer en het open weidegebied; • bebouwing is op meerdere plekken geconcentreerd met eigen entrees, daartussen bos, heide en weide; • weinig landmarks, slechts twee kerken; • twee centra, in het dorp en in Bijvanck.

Rechtspraak bij dit artikel