Om de specifieke ruimtelijke kwaliteiten van de gemeente te onderzoeken,
de relatie die de bebouwing aangaat met de openbare ruimte en het
landschap te onderzoeken is een analyse gemaakt die zijn weerslag heeft
gevonden in de kaartbeelden op de volgende pagina's. Uit deze analyse
van de ruimtelijke kenmerken van zowel het landschap, de openbare ruimte
als de bebouwing, is een visie op het gebied voortgekomen waarbij de
belangrijkste kenmerken van de samenhang tussen de bebouwde omgeving en
het landschap centraal staan.
Globale gebiedstypering
De gemeente Blaricum ligt aan de rand van het Gooi, direct grenzend aan
Laren, Eemnes en Huizen. Blaricum wordt gekenmerkt door veel individuele
bebouwing als villa's en (voormalige) boerderijen en seriematige
bebouwing in de uitbreidingswijk op ongeveer twee kilometer afstand van
de historische kern. Belangrijke kenmerken zijn:
• gelegen op de overgang tussen de hooggelegen, reliëfrijke Gooise
stuwwallen en de lage, vlakke Eemvallei;
• woongebieden lopen naadloos over in aangrenzende gemeenten;
• A27 vormt een grens en doorsnijdt de gemeente;
• kern van (voormalige) boerderijen en dorpsachtige bebouwing met rond
de erven kronkelende paden en wegen in een spinnenwebachtig, organisch
gegroeid wegenpatroon;
• om de kern lanen en wegen met villa's, landhuizen en ruime
middenstandswoningen;
• aan de noordoostkant kleinschalige seriematige uitbreidingen;
• op ongeveer twee kilometer afstand van het dorp een grote
uitbreidingswijk, grenzend aan Huizen met een meanderende
hoofdstructuur;
• aan de zuidwestkant gelegen in bos en heidegebied;
• weidegebieden en Gooi- en Eemmeer aan de noordoostkant van de
gemeente.
Historie
Blaricum is in de tiende eeuw als kerkdorp gesticht en is tot diep in
de twintigste eeuw een landbouwdorp geweest dat nog geheel functioneerde
volgens het middeleeuwse systeem van grondgebruik.
• op gemeenschappelijke weidegronden in de Eemvallei (de Meenten)
werd het vee gehouden;
• op hoger gelegen gronden (de Engen) was akkerbouw mogelijk en werd
traditioneel boekweit en rogge verbouwd;
• schapen zorgden voor mest voor de akkerbouw en graasden op de
heidevelden, die zich hierdoor steeds verder uitbreidden;
• de bebouwing van het dorp bestond voor het grootste deel uit
boerderijen;
• tussen de erven lagen weilanden en boomgaarden;
• op zandgronden ontstonden door de veedriften een spinneweb-achtige,
organische structuur.
Historische structuur
Belangrijke kenmerken van de historische structuur zijn:
• Blaricum op de grens tussen bos en weide;
• op zandgronden een spinnewebachtige structuur en enkele doorlopende
radiaalwegen naar omliggende dorpen;
• bebouwing ligt geconcentreerd bij elkaar, wel met een ruime
onderlinge afstand;
• buiten de kern ligt nauwelijks bebouwing.
Ontwikkelingen in de twintigste eeuw
In de loop van de negentiende eeuw trad er verdichting in het dorp op.
Oude percelen werden daartoe verdeeld, weiden en akkers verkaveld.
Ondanks de verdichtingen, die hebben plaatsgevonden, is de kern van
Blaricum nog zeer goed behouden gebleven. Boerenerven, weilanden en
akkertjes wisselen elkaar af. Een aantal wegen is nog steeds een zandpad
en de bebouwing is nog redelijk authentiek. Vanaf het einde van de
negentiende eeuw hebben vanwege de ongerepte schoonheid van het Gooi
veel internationaal bekende kunstenaars, maar ook wetenschappers,
filosofen, vrijdenkers, wereldverbeteraars en intellectuelen van
allerlei aard zich in Blaricum gevestigd. Deze mensen wisten de weg te
vinden naar goede en dikwijls internationaal bekende architecten en
tuinarchitecten. Een en ander leidde tot een gebouwde omgeving waarvan
de architectonische waarde ver boven het gemiddelde van een Nederlands
dorp uitsteekt. De typische Gooise landhuisarchitectuur leent zijn
ontstaan daaraan en aan de stijl van de Saksische boerenhoeve en de
Engelse landhuisbouw. Daarnaast hebben vanaf de twintiger jaren de
modernen als Rietveld, Elling,
Hein Salomonson en Hausbrand verscheidene huizen in Blaricum gebouwd.
Ook de tuinen met omringende groenopstand en hagen langs de
erfafscheidingen in deze omgeving zijn van bijzondere ruimtelijke
kwaliteit. Bijzonder in de ontwikkeling van Blaricum is de vestiging in
1900 van de Stichting Internationale Broederschap, opgericht door
Professor Van Rees en dominee Kylstra. Ze hadden een groot terrein aan
de Torenlaan waar de leden in hun onderhoud moesten voorzien door middel
van landarbeid en enige bedrijvigheid. Aanvankelijk werden de leden
ondergebracht in een groot gemeenschapshuis en later in kleine houten
woningen. In 1904 is het Broederschap uiteengevallen. Diverse
koloniehuizen aan de Torenlaan en Noolseweg herinneren aan die
bijzondere periode. Aanvankelijk werd er in hoofdzaak langs de
uitvalswegen en bestaande zandpaden gebouwd, maar later werden ze ook
langs nieuw aangelegde wegen gebouwd. Langs de bestaande uitvalswegen is
veelal een soort lintbebouwing ontstaan. Op een aantal plaatsen zijn de
gebieden tussen de uitvalswegen verkaveld. De grote bouwstroom heeft pas
na de Tweede Wereldoorlog plaatsgevonden. Ter plaatse van akkers is er
verder verdicht. In de jaren zeventig is ook de grote uitbreidingswijk
Bijvanck gebouwd. Aansluitend wordt in de Blaricummermeent gebouwd.
Cultuurhistorie
Blaricum heeft veel cultuurhistorisch waardevolle gebieden.
• de kern van Blaricum heeft zeer hoge cultuurhistorische waarde;
• delen van het aangrenzende villagebied zijn cultuurhistorisch
zeer
waardevol;
• tussen de bebouwing liggen veel kleine akkertjes en weilandjes die
voor het landelijke beeld van Blaricum heel waardevol zijn.
Structuur
Hoofdpunten in de structuur zijn:
• drie noord-zuid lopende wegen (Schapendrift, Franse Pad/Melkweg
en
Meentweg, die evenwijdig lopen tussen de zandgrond van het Gooi en
de veengebieden van de Eemvallei;
• tussen deze hoofdwegen ligt een radiaalstructuur van slingerende
paden;
• steeds worden twee of drie boerenerven al dan niet met weiland
ingesloten door dit fijnmazige padennet;
• bebouwing in het dorp neemt vanaf het centrum geleidelijk af in
dichtheid;
• kern van het dorp is slechts kenbaar door verdichting in de
bebouwing;
• weids zicht op open plekken in het bos (de heidevelden), het Gooi- en
Eemmeer en het open weidegebied;
• bebouwing is op meerdere plekken geconcentreerd met eigen entrees,
daartussen bos, heide en weide;
• weinig landmarks, slechts twee kerken;
• twee centra, in het dorp en in Bijvanck.