Beschrijving
Binnen de Blaricummermeent is een zo groot mogelijke diversiteit in
eenheid nagestreefd. De eenheid is gezocht in het materiaalgebruik, de
diversiteit in onder andere kapvormen en verspringende rooilijnen. In
deelgebied Delta is eigentijds gebouwd, het merendeel van de woningen
(75%) heeft platte daken. In deelgebied Stroom is klassieker gebouwd,
daar heeft het merendeel van de woningen (75%) kappen. De richting van
de verkaveling volgt de oude verkavelingstructuur. De rijtjeshuizen en
twee-onder-éénkapwoningen lopen mee in de lijn van de verkaveling. De
vrijstaande typen zijn wel op de zon georiënteerd. Om te voorkomen dat
er lange monotone rijen van dezelfde woningen ontstaan, is gevarieerd in
de dakhoogte en in kappen. Kleine variaties in detaillering bij
twee-onder-één-kap-woningen geven identiteit aan de woning.
Appartementengebouwen zijn geïnspireerd op de villa. Villa's vormen een
consistent bouwvolume, zo mogelijk samengesteld uit verschillende
deelvolumen. Deelvolumen en kappen vormen een eenheid. Repetitie van
gevelopeningen (loggia's) et cetera. in de gevel is tot een minimum
beperkt. Villa's hebben maximaal één centrale entree. De architectuur
van de appartementen moet passen bij het dorpse karakter. Alle woningen,
met uitzondering van de appartementen, zijn ontsloten aan de
woonstraten. Het is van belang dat woningen die grenzen aan
structuurdragers, zoals de rivier, de Stichtseweg en de centrale as, een
representatieve zijde hebben aan de kant van het structuurdragende
element.
Materiaal en kleur
De collectieve beeldkenmerken voor de bebouwing in de Meent worden
gevormd door materiaal-/kleurkeuzes en -uitsluitingen. Deze kenmerken
gelden voor 90% van de woon(woonwerk)bebouwing. Van de bebouwing kan 10%
zich aan deze beeldkwaliteitskenmerken onttrekken. Dit zijn de
dissonanten, bedoeld om een spanning in het bebouwingsbeeld te bereiken.
De materialen die gebruikt worden hebben een natuurlijke uitstraling en
kleur. Te denken valt aan baksteen, hout, zink, natuursteen et cetera.
Voor 90% van de bebouwing is baksteen het basismateriaal voor de gevel.
De kleur kan gekozen worden uit een kleurschema, waarbij witte en gele
bakstenen zijn uitgesloten. Van de bebouwing bestaat 10% niet uit
baksteen, maar een afwijkend materiaal dat wel voldoet aan de
duurzaamheidseisen. Daken: In deelgebied Stroom is circa 75% van de
woon(woonwerk)bebouwing uitgerust met een kapconstructie die donker is
van kleur, bijvoorbeeld met zwarte of antracietkleurige pannen of met
een leien, zinken of rieten dakbedekking. Circa 25% heeft platte daken.
In deelgebied Delta is het percentage omgekeerd: circa 75% van de
bebouwing heeft daar platte daken en circa 25% heeft kappen.
Gevels: Aandachtspunt zijn de openingen in de gevel: deze dienen niet
te klein te zijn. Gevel- en gevel/dakopeningen komen beter tot hun recht
als kozijnen een terughoudende kleur hebben. Kozijnen zijn daarom bij
voorkeur donker van kleur. De kozijnen worden bij voorkeur gemaakt van
hout of aluminium, niet van kunststof. De Blaricummermeent streeft een
origineel kwaliteitsdoel na. In het plangebied is daarom geen ruimte
voor 'boerderettes' en retro (het nabouwen van oudere bouwstijlen). Wel
kunnen bestaande bouwstijlen worden gebruikt als inspiratie voor
hedendaagse en originele architectuur.
Bedrijvenpark
Er zijn natuurlijke materialen gebruikt, die mooi verouderen, zoals
natuursteen, hout, glas, begroeide gevels et cetera. De bouwvolumes zijn
maximaal vier lagen hoog.Per volume is een overheersend materiaal
gebruikt zodat een sterke identiteit per gebouw ontstaat. Er zijn alleen
materialen gebruikt met natuurlijke kleuren, geen kleurtoepassingen.
Reclame-uitingen vormen een integraal onderdeel van de
architectuur.
Richting de woonbebouwing in de Meent openen de gebouwen zich meer;
richting de A27 zijn de gebouwen meer gesloten. Langs de A27 is het
percentage kleinschalige traditionele hallen het grootst. Meer naar het
westen toe neemt het aantal representatieve kantoorvilla's toe en worden
de gebouwen transparanter. Het bedrijvenpark dient in totaal een
kwaliteit uit te stralen door terughoudende, sprekende gebouwen, niet
door gebouwen die individueel roepen om aandacht. Geen uitstulpingen aan
de gebouwen, maar uitkragingen die onderdeel zijn van de
architectuur.
Waardebepaling, ontwikkeling en beleid
Kwaliteit is gecreëerd door diversiteit in architectuur en
woningtypologie en eenheid in materiaalgebruik. De supervisor beoordeelt
plannen en concepten samen met de procesmanager (c.q. projectleiding),
en adviseert de procesmanager wanneer deze aan de welstandscommissie
kunnen worden voorgelegd. De supervisor bereidt discussies voor en
bewaakt het niveau daarvan. De beeldkwaliteit voor De Blaricummermeent
als geheel is vastgelegd in het Kwaliteitsinstrumentarium, dat onderdeel
uitmaakt van het Masterplan De Blaricummermeent. De gebiedscriteria zijn
gebaseerd op het Kwaliteitsinstrumentarium. De Blaricummermeent wordt
gefaseerd (in deelplannen) ontwikkeld. Op deelplanniveau wordt het
Kwaliteitsinstrumentarium verder uitgewerkt in
Kwaliteitshandboeken.
Welstandsniveau
In De Blaricummermeent is het welstandsbeleid gericht op het creëren
van diversiteit in architectuur en eenheid in materiaalgebruik.
Ligging
• woningen maken deel uit van een ontworpen stedenbouwkundig
patroon;
• gebouwen zijn in het algemeen georiënteerd op de weg;
• rooilijnen zijn per cluster in samenhang.
Massa
• woningen hebben in principe per cluster dezelfde opbouw;
• gebouwen hebben een opbouw die bestaande uit een onderbouw van
één tot twee lagen met een hellende kap als duidelijke
beëindiging,
dan wel zijn plat afgedekt;
• op-, aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als
toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa;
• de openingen in de gevel dienen niet te klein te zijn.
Architectonische uitwerking
• de architectonische uitwerking is zorgvuldig en gevarieerd;
• ontwerpaandacht voor alle details;
• wijzigingen en toevoegingen zijn in maat, schaal en stijl
zorgvuldig
afgestemd op het hoofdvolume;
• voor wat betreft de bedrijven, vormen Reclame-uitingen een
integraal
onderdeel van de architectuur.
Materiaal- en kleurgebruik
• materiaal- en kleurgebruik is per cluster in samenhang;
• het materiaal- en kleurgebruik heeft een natuurlijke uitstraling,
zoals
baksteen, hout, zink en natuursteen;
• gevels zijn in hoofdzaak van baksteen: witte en gele baksteen is
uitgesloten;
• Van de bebouwing bestaat 10% niet uit baksteen, maar een
afwijkend
materiaal;
• daken, voor zover niet plat, zijn gedekt met gebakken pannen die
donker zijn van kleur, bijvoorbeeld met zwarte of antracietkleurige
pannen of met een leien, zinken of rieten dakbedekking;
• het houtwerk is geschilderd in donkere kleuren. De kozijnen worden
niet van kunststof gemaakt.