1. Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:
a. eigen graven en eigen urnengraven;
b. eigen urnennissen;
c. eigen verstrooiingsplaatsen;
d. eigen gedenkplaatsen.
e. algemene graven;
f. algemene urnennissen;
2. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de eigen graven en algemene graven en tevens hoeveel asbussen er in de eigen graven kunnen worden bijgezet. Zij bepaalt
tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de eigen graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.
Hoofdstuk 4
Artikel 10
Indeling graven en asbezorging
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de openbare begraafplaatsen van de gemeente Maasgouw 2009