1. De verboden, vervat in artikel 2, eerste lid, onder a en b van de wet, gelden niet op ten hoogste twaalf, door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen, zon- en feestdagen per kalenderjaar.
2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geldt voor elke kern van de gemeente afzonderlijk.
3. Bij de toewijzing als bedoeld in lid 1 ziet het college erop toe dat rekening wordt gehouden met de belangen van alle ondernemers in de betreffende kern.