Gedragingen van de jongere waardoor de overige verplichtingen van artikel 45 WIJ niet of niet
voldoende zijn nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: 1. eerste categorie:
a. het in onvoldoende mate meewerken aan activiteiten of werkzaamheden, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling.
b. het niet naar beste vermogen verrichten van opgedragen werkzaamheden of activiteiten.
2. tweede categorie:
a. het in onvoldoende mate meewerken aan arbeidsinschakeling, waaronder begrepen het meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;
b. het zich niet onderwerpen aan een door een arts noodzakelijk geachte behandeling van medische aard;
c. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan het behoud of bevorderen van arbeidsbekwaamheid en wel in die zin dat niet of onvoldoende de verplichting wordt nagekomen gebruik te maken van een daartoe aangeboden voorziening;
3. derde categorie:
a. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan het behoud of bevorderen van arbeidsbekwaamheid en wel in die zin dat niet of onvoldoende de verplichting wordt nagekomen gebruik te maken van een daartoe aangeboden voorziening, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van de voorziening;
b. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan activiteiten of werkzaamheden, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die activiteiten of werkzaamheden;
c. het stellen van onredelijke eisen in verband met te verrichten algemeen geaccepteerde arbeid, die het aanvaarden van of verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren.