1. Het college neemt in het register de peuterspeelzalen op die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening waren ingeschreven in het register peuterspeelzalen van de voormalige gemeente Maasbracht en over een vergunning op grond van de Verordening kinderopvang beschikken van de voormalige gemeenten Heel en Thorn.
2. Een houder van een peuterspeelzaal als bedoeld in het eerste lid verstrekt desgevraagd aan het college alle gegevens die nodig zijn voor het register.
3. Beroepskrachten en begeleiders die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening werkzaam zijn bij een peuterspeelzaal, leggen aan de houder binnen twee maanden na de inwerkingtreding een verklaring omtrent het gedrag over.
Hoofdstuk 5
Artikel 21
Overgangsbepaling
Onderdeel van Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen Gemeente Maasgouw