Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 16

Instandhoudingbepaling

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Maasgouw 2010

1. Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2 of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder h, de bodem dieper dan 30 cm onder de oppervlakte te verstoren. 2. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien; a. het een verstoring betreft van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische verwachtingenkaart, en waarbij die verstoring plaatsvindt: • in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde, of; • in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 2.500 m2 en de verstoring niet dieper gaat dan 50 cm, of; • in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 1.000 m2 en de verstoring niet dieper gaat dan 50 cm, of; • in een ongekarteerd gebied in de kernen Thorn, Heel, Panheel Linne en Maasbracht het te verstoren gebied kleiner is dan 250 m2 en de verstoring niet dieper gaat dan 30 cm, of; • in een ongekarteerd gebied in de kernen Ohé en Laak, Stevensweert en Wessem het te verstoren gebied kleiner is dan 500 m2 en de verstoring niet dieper gaat dan 30 cm, of; • in een AMK-gebied en een beschermd stads- en dorpsgezicht van Thorn, Wessem en Stevensweert en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m2 en de verstoring niet dieper gaat dan 30 cm. b. in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. c. in een projectbesluit als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet ruimtelijke ordening voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. d. in een vrijstellingsbesluit als bedoeld in artikel 15 of 19 van de Wet ruimtelijke ordening voorschriften zijn opgenomen omtrent de archeologische monumentenzorg. e. sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. f. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op gemeentelijke archeologische waardenkaart en de gemeentelijke beleidskaart; g. een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: • het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of • de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of • in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel