1. De gemeenteraad neemt jaarlijks, tegelijk met het vaststellen van de gemeentebegroting, een besluit waarin wordt aangegeven welk bedrag voor dat begrotingsjaar voor de instandhouding en herstel van gemeentelijke monumenten beschikbaar is. 2. Aan de eigenaar van een monument kan het college, voor zover de gemeenteraad de nodige financiële middelen ter beschikking heeft gesteld, een eenmalige bijdrage, door middel van een over te leggen officiële offerte, worden toegekend in de kosten van het op een sobere en doelmatige wijzen treffen van:
a. voorzieningen tot het opheffen van bouwtechnische gebreken, het normale onderhoud te boven gaande, noodzakelijk voor de instandhouding van de monumentale waarde van het monument.
b. voorzieningen tot gedeeltelijke opheffing van bouwtechnische gebreken, het normale onderhoud te boven gaande, noodzakelijk voor de instandhouding van de monumentale waarde van het monument.
c. overige voorzieningen, het normale onderhoud te boven gaande, die voor het behoud van de monumentale waarde van het monument noodzakelijk zijn. 3. Als grondslag voor het verlenen van een bijdrage worden slechts de meerkosten in aanmerking genomen, welke rechtstreeks het gevolg zijn van het monumentale karakter van de onroerende zaak, zoals dat in de bij de gemeentelijke monumentenlijst behorende beschrijving is beschreven. 4. De bijdrage in de kosten, als bedoeld in het tweede lid, bedraagt maximaal 50% van de door het college goedgekeurde subsidiabele kosten, tot een maximum van € 10.000,- per kalenderjaar per monument bestaande uit de hieronder genoemde voorzieningen, met dien verstande dat voor zelfwerkzaamheid geen bijdrage wordt toegekend.
Voorziening: tot een hoogste bedrag van: a. verbetering van de fundering € 5.000,- b. herstel van gevels en dragende muren, € 5.000,-
waaronder tevens wordt verstaan:
- het vervangen van metselwerk
- het vervangen van buitenkozijnen
- het vervangen van lateien c. herstel van vloerconstructies € 5.000,- d. herstel van kapconstructies € 5.000,- 5. De bijdrage, als bedoeld in het tweede lid, wordt slechts door burgemeester en wethouders beschikbaar gesteld indien aan de aanvrager de vereiste monumentenvergunning is verleend. 6. Aanvragen voor een bijdrage worden in volgorde van binnenkomst in behandeling genomen. 7. Op de bijdrage worden eventuele in verband met een op het desbetreffende monument afgesloten verzekering ontvangen verzekeringspenningen in mindering gebracht. 8. a. Indien blijkt dat de eigenaar onjuiste gegevens heeft verstrekt, dan wel indien de gestelde voorwaarden in of krachtens deze regeling niet zijn nageleefd, kan het college hun besluit tot het toekennen van geldelijke steun intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen.
c. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de bijdrage is verleend, tenzij in het besluit tot intrekking c.q. wijziging anders is bepaald.
d. Indien een in sub a. genoemd besluit gedeeltelijk wordt ingetrokken c.q. gewijzigd, is dit gedeelte evenredig aan de mate waarin de in sub a. genoemde situaties zich voordoen. 9. De eigenaar is verplicht na afloop van de werkzaamheden het monument onveranderd te bewaren en te onderhouden in de staat waarin het door de werkzaamheden is gebracht. 10. Bij overdracht van de eigendom is de overdragende partij gehouden de verplichting tot nakoming van de genoemde voorschriften ten behoeve van de gemeente aan de nieuwe eigenaar op te leggen.
Artikel 2
Mogelijkheden tot het verlenen van een jaarlijkse bijdrage en de verplichtingen van de eigenaar.
Onderdeel van Subsidieregeling herstel en instandhouding gemeentelijke monumenten gemeente Maasgouw 2007