Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 16

Zitplaatsen

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad

1.    De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2.    Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium. 3.    De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.

Rechtspraak bij dit artikel