Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Vergaderingen

Onderdeel van Verordening op de commissie voor monumenten en welstand

1. De commissie of delegatie hiervan komt bijeen: a. na schriftelijke oproep van de voorzitter; b. op verzoek van tenminste twee leden; c. op verzoek van burgemeester en wethouders. In de gevallen bedoeld onder b en c belegt de voorzitter de vergadering binnen twee weken van de dag waarop het verzoek is ontvangen. 2. Wanneer de commissie taken heeft gedelegeerd naar een of meer van haar leden, kan besloten worden een vaste vergaderdag in te stellen, waarbij bouwplannen van ondergeschikte aard worden behandeld door één lid van de commissie, zijnde een architect of tenminste twee architecten en de stedenbouwkundige voor de overige bouwplannen, waarbij geen belangen op het gebied van de monumentenzorg in het geding zijn. Deze vaste vergaderdata worden door de secretaris bekendgemaakt. 3. Behandeling achter gesloten deuren vindt slechts plaats indien: a. een der leden hierom verzoekt en de commissie bij meerderheid van stemmen hiertoe besluit; b. burgemeester en wethouders hierom verzoeken bij de behandeling van aangelegenheden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c; c. burgemeester en wethouders daartoe een verzoek van de ontwerper van het te behandelen plan onder opgave van redenen hiertoe hebben besloten. 4. De secretaris draagt er zorg voor dat tenminste een week voor de datum waarop de commissie bijeen zal komen, de eigenaar en zakelijk gerechtigden van de objecten, waarover bij die gelegenheid het advies zal worden vastgesteld tot het eventueel plaatsen op- of afvoeren van de monumentenlijst van die objecten, worden uitgenodigd deze bijeenkomsten bij te wonen. 5. De secretaris draagt er zorg voor, dat tenminste een week voor de datum waarop de commissie bijeen zal komen, een lijst van de in de vergadering te behandelen onderwerpen (agenda) wordt opgesteld. 6. In spoedeisende gevallen kan de commissie besluiten in de openbare vergadering onderwerpen te behandelen die niet op de agenda zijn vermeld. 7. De ontwerper van een plan, dat aan de commissie wordt voorgelegd, diens principaal of gemachtigde worden, indien zij daartoe tevoren bij de secretaris de wens te kennen hebben gegeven, in de gelegenheid gesteld hun plan-ontwerp tijdens de vergadering kort toe te lichten. 8. Bij het begin van de openbare vergadering wordt aan een ieder die daartoe de wens kenbaar heeft gemaakt de gelegenheid geboden kort het woord te voeren over onderwerpen die in de agenda zijn vermeld. De voorzitter is bevoegd een maximum tijdsduur aan dit spreekrecht te verbinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel