In deze verordening wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet werk en bijstand
b. Referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de
peildatum.
c. Peildatum: de datum waartegen langdurigheidstoeslag wordt
aangevraagd.
d. Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien
verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op
bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’. Een
bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de
beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen
gezien.
e. Gehuwdennorm: de norm van artikel 21 onderdeel c van de wet.
f. WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
g. WSF 2000: Wet Studiefinanciering