**1.** Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning, als bedoeld in artikel 6, intrekken, indien:
a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
b. blijkt dat de vergunninghouder de voorwaarden, als bedoeld in artikel 7, niet naleeft;
c. de omstandigheden van de vergunninghouder dusdanig zijn gewijzigd, dat het behoud van de karakteristieke beeldkwaliteit zich niet langer laat verenigen met de vergunningverlening.
d. binnen twee jaar na het verlenen van de vergunning daarvan geen gebruik is gemaakt.
**2.** Burgemeester en wethouders stellen de vergunninghouder van het voornemen tot intrekking van de vergunning in kennis en stellen hem in de gelegenheid een zienswijze in te brengen. Het besluit tot intrekking wordt met redenen omkleed en ter kennisneming in afschrift verzonden aan de welstandscommissie.
Hoofdstuk III
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Verordening beeldbepalende bouwwerken en beeldondersteunende zaken 2009