De opsporing van de in artikel 15 van deze verordening strafbaar
gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van het Wetboek van
Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die
door burgemeester en wethouders met de zorg voor de naleving van deze
verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in
de aanwijzing zijn vermeld.