Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Huisvestingsverordening Gooi- en Vechtstreek 2005

in deze verordening wordt verstaan onder: a. wet: Huisvestingswet; b. aftoppingsgrens: het daarover bepaalde in artikel 20 van de Wet op de huurtoeslag; c. besluit: het Huisvestingsbesluit; d. Convenant Woonruimteverdeling:de overeenkomst tussen het gewest, namens de samenwerkende gemeenten, en de in de gewestgemeenten actieve corporaties inhoudende afspraken over onder meer de woonruimteverdeling. e. doorstromer: de woningzoekende die een zelfstandige herbezetbare woonruimte in de regio achterlaat voor verhuur of verkoop en die zich op de woningmarkt begeeft. f. economische binding: de binding van een persoon aan de regio, daarin gelegen dat die persoon, met het oog op de voorziening in het bestaan, een redelijk belang heeft zich in dit gebied te vestigen, met dien verstande dat een economische binding in elk geval wordt aangenomen ten aanzien van personen die voor de voorziening in het bestaan zijn aangewezen op het duurzaam (dat is: ten minste 19 uur per week) verrichten van arbeid binnen of vanuit de regio en dat ook het duurzaam volgen van een dagopleiding in de regio hiermee wordt gelijkgesteld; g. eigenaar: het daaromtrent in artikel 1, lid 2 van de wet bepaalde; h. GBA: gemeentelijke basisadministratie; i. gewest: het gewest Gooi en Vechtstreek; j. huishouden: een alleenstaande, danwel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voert resp. voeren, danwel wenst resp. wensen te voeren; k. huurprijs: de rekenhuur van artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag; l. ingezetene: degene die, gedurende tenminste een jaar direct voorafgaande aan de datum van aanvraag voor een urgentie, in de basisadministratie van één van de gemeenten in de regio is ingeschreven; m. inkomen: het belastbaar inkomen bedoeld in artikel 2.3 onder a, b en c van de Wet op de inkomstenbelasting 2001, dan wel, indien geen aanslag is of wordt vastgesteld het loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, of een op vergelijkbare wijze bepaald bedrag; n. kamer: elke afzonderlijke ruimte in een woning bestemd voor woon- of slaapruimte. o. maatschappelijke binding: het daaromtrent in artikel 1 onder m van de wet bepaalde, te weten de binding van een persoon aan de regio, daarin gelegen dat die persoon een redelijk, met de regionale samenleving verband houdend belang heeft zich in die regio te vestigen, met dien verstande dat een maatschappelijke binding in elk geval wordt aangenomen ten aanzien van personen die niet meer in de regio woonachtig zijn, maar gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene zijn geweest van dat gebied; p. onttrekken aan de bestemming tot wonen: het slopen of het gebruiken voor een ander doel dan permanente bewoning door een huishouden q. onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30 van de wet; r. onzelfstandige woonruimte: woonruimte welke geen eigen toegang heeft en welke niet kan worden bewoond door een huishouden, zonder afhankelijkheid van wezenlijke voor¬zie¬ningen buiten die woon¬ruimte; s. regio: het grondgebied van de gemeenten Blaricum, Bussum, Wijdemeren, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp; t. regionale urgentiecommissie: de commissie die in de regio het advies uitbrengt inzake de toekenning van urgentie, als bedoeld in deze verordening; u. regionale volkshuisvestingscommissie (RVC): het portefeuillehoudersoverleg van het gewest belast met intergemeentelijke beleidsvorming en afstemming op het terrein van de volkshuisvesting zoals nader aangegeven in artikel 8 van het geweststatuut; v. starter: de woningzoekende die zich vanuit een onzelfstandige woonsituatie op de woningmarkt begeeft; tevens dient hieronder te worden verstaan de in de regio ingezetene woningzoekende die in een proces van echtscheiding verkeert respectievelijk in een proces van ontbinding van de duurzame samenwoning; w. statushouder: persoon van wie de asielaanvrage uitmondt in een geldige status tot verblijf (verblijfsvergunning) in Nederland en voor wie dientengevolge dezelfde rechten en plichten als Nederlanders gelden; x. urgente: het daaromtrent in hoofdstuk 2 van deze verordening bepaalde; y. van binding vrijgestelden: gepensioneerden, arbeidsongeschikten, langdurig werklozen, remigranten zonder economische binding, van echt gescheidenen zonder economische binding, wettelijk erkende vluchtelingen aan wie de verblijfsstatus is toegekend en maatschappelijk gebondenen; z. vestiger: de woningzoekende die niet in de regio woonachtig is, dan wel korter dan 1 jaar woonachtig is in de regio, met ofwel een economische binding ofwel een maatschappelijke binding ofwel van binding vrijgesteld; aa. woningen: zelfstandige woonruimte die valt onder de werkingsfeer van de Huurprijzenwet Woonruimte en bestemd is voor verhuur voor onbepaalde tijd; bb. woonduur voor doorstromers: de periode welke is verstreken sinds de datum waarop een doorstromer zijn huidige woning (als huurder dan wel eigenaar) in één van de gewestgemeenten heeft betrokken; cc. woonduur voor starters: de leeftijd van de starter minus 18 jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel