in deze verordening wordt verstaan onder:
a. wet: Huisvestingswet;
b. aftoppingsgrens: het daarover bepaalde in artikel 20 van de Wet
op de huurtoeslag;
c. besluit: het Huisvestingsbesluit;
d. Convenant Woonruimteverdeling:de overeenkomst tussen het gewest,
namens de samenwerkende gemeenten, en de in de gewestgemeenten
actieve corporaties inhoudende afspraken over onder meer de
woonruimteverdeling.
e. doorstromer: de woningzoekende die een zelfstandige herbezetbare
woonruimte in de regio achterlaat voor verhuur of verkoop en die
zich op de woningmarkt begeeft.
f. economische binding: de binding van een persoon aan de regio,
daarin gelegen dat die persoon, met het oog op de voorziening in het
bestaan, een redelijk belang heeft zich in dit gebied te vestigen,
met dien verstande dat een economische binding in elk geval wordt
aangenomen ten aanzien van personen die voor de voorziening in het
bestaan zijn aangewezen op het duurzaam (dat is: ten minste 19 uur
per week) verrichten van arbeid binnen of vanuit de regio en dat ook
het duurzaam volgen van een dagopleiding in de regio hiermee wordt
gelijkgesteld;
g. eigenaar: het daaromtrent in artikel 1, lid 2 van de wet
bepaalde;
h. GBA: gemeentelijke basisadministratie;
i. gewest: het gewest Gooi en Vechtstreek;
j. huishouden: een alleenstaande, danwel twee of meer personen die
een gemeenschappelijke huishouding voert resp. voeren, danwel wenst
resp. wensen te voeren;
k. huurprijs: de rekenhuur van artikel 5 van de Wet op de
huurtoeslag;
l. ingezetene: degene die, gedurende tenminste een jaar direct
voorafgaande aan de datum van aanvraag voor een urgentie, in de
basisadministratie van één van de gemeenten in de regio is
ingeschreven;
m. inkomen: het belastbaar inkomen bedoeld in artikel 2.3 onder a,
b en c van de Wet op de inkomstenbelasting 2001, dan wel, indien
geen aanslag is of wordt vastgesteld het loon, bedoeld in artikel 9
van de Wet op de loonbelasting 1964, of een op vergelijkbare wijze
bepaald bedrag;
n. kamer: elke afzonderlijke ruimte in een woning bestemd voor
woon- of slaapruimte.
o. maatschappelijke binding: het daaromtrent in artikel 1 onder m
van de wet bepaalde, te weten de binding van een persoon aan de
regio, daarin gelegen dat die persoon een redelijk, met de regionale
samenleving verband houdend belang heeft zich in die regio te
vestigen, met dien verstande dat een maatschappelijke binding in elk
geval wordt aangenomen ten aanzien van personen die niet meer in de
regio woonachtig zijn, maar gedurende de voorafgaande tien jaar ten
minste zes jaar onafgebroken ingezetene zijn geweest van dat
gebied;
p. onttrekken aan de bestemming tot wonen: het slopen of het
gebruiken voor een ander doel dan permanente bewoning door een
huishouden
q. onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30
van de wet;
r. onzelfstandige woonruimte: woonruimte welke geen eigen toegang
heeft en welke niet kan worden bewoond door een huishouden, zonder
afhankelijkheid van wezenlijke voor¬zie¬ningen buiten die
woon¬ruimte;
s. regio: het grondgebied van de gemeenten Blaricum, Bussum,
Wijdemeren, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp;
t. regionale urgentiecommissie: de commissie die in de regio het
advies uitbrengt inzake de toekenning van urgentie, als bedoeld in
deze verordening;
u. regionale volkshuisvestingscommissie (RVC): het
portefeuillehoudersoverleg van het gewest belast met
intergemeentelijke beleidsvorming en afstemming op het terrein van
de volkshuisvesting zoals nader aangegeven in artikel 8 van het
geweststatuut;
v. starter: de woningzoekende die zich vanuit een onzelfstandige
woonsituatie op de woningmarkt begeeft; tevens dient hieronder te
worden verstaan de in de regio ingezetene woningzoekende die in een
proces van echtscheiding verkeert respectievelijk in een proces van
ontbinding van de duurzame samenwoning;
w. statushouder: persoon van wie de asielaanvrage uitmondt in een
geldige status tot verblijf (verblijfsvergunning) in Nederland en
voor wie dientengevolge dezelfde rechten en plichten als
Nederlanders gelden;
x. urgente: het daaromtrent in hoofdstuk 2 van deze verordening
bepaalde;
y. van binding vrijgestelden: gepensioneerden, arbeidsongeschikten,
langdurig werklozen, remigranten zonder economische binding, van
echt gescheidenen zonder economische binding, wettelijk erkende
vluchtelingen aan wie de verblijfsstatus is toegekend en
maatschappelijk gebondenen;
z. vestiger: de woningzoekende die niet in de regio woonachtig is,
dan wel korter dan 1 jaar woonachtig is in de regio, met ofwel een
economische binding ofwel een maatschappelijke binding ofwel van
binding vrijgesteld;
aa. woningen: zelfstandige woonruimte die valt onder de
werkingsfeer van de Huurprijzenwet Woonruimte en bestemd is voor
verhuur voor onbepaalde tijd;
bb. woonduur voor doorstromers: de periode welke is verstreken
sinds de datum waarop een doorstromer zijn huidige woning (als
huurder dan wel eigenaar) in één van de gewestgemeenten heeft
betrokken;
cc. woonduur voor starters: de leeftijd van de starter minus 18
jaar.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Huisvestingsverordening Gooi- en Vechtstreek 2005