Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.6

Randvoorwaarden

Onderdeel van Huisvestingsverordening Gooi- en Vechtstreek 2005

1. Een urgentieverklaring wordt alleen toegekend indien sprake is van een noodsituatie die het noodzakelijk maakt dat direct dan wel op zeer korte termijn -uiterlijk binnen 3 maanden- een (andere) woning beschikbaar komt, ter voorkoming van ernstige schade voor het welzijn van aanvrager, die het rechtstreeks gevolg is van de woonsituatie. 2. De individuele situatie van de aanvrager is uitgangspunt voor de beoordeling van de urgentieaanvrager; 3. De eigen verantwoordelijkheid van de woningzoekende voor het ontstaan en het oplossen van de eigen woonsituatie staat voorop; 4. De aanvrager dient aan te geven op welke wijze(n) hij geprobeerd heeft het probleem op te lossen; 5. Een vestiger dient voorts aan te tonen dat zijn woonprobleem uitsluitend in deze regio opgelost kan worden.

Rechtspraak bij dit artikel