Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Exploitatieverordening

Tot het geschikt of beter geschikt maken van grond tot bouwgrond worden gerekend: I. de aanleg, binnen een exploitatiegebied als bedoeld in artikel 7, van de hieronder vermelde werken; a. demping van sloten en het verrichten van grondwerken met inbegrip van het egaliseren, ophogen en afgraven; b. riolering, met inbegrip van de daarvoor nodige werken; c. bemalingsinrichtingen; d. rioolwaterzuiveringsinstallaties; e. wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, bruggen, tunnels en andere rechtstreeks met de aanleg van deze voorzieningen verband houdende werken; f. plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder begrepen de aanleg en inrichting van openbare speelplaatsen en speelweiden; voorts de sierende elementen, welke rechtstreeks voortvloeien uit een juiste uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan; g. straatverlichting en brandkranen met de nodige aansluitingen; h. alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het doeltreffend inrichten van openbaar areaal; II. de aanleg van de onder I vermelden werken buiten het exploitatiegebied bedoeld onder I, voor zover de nuttigheid van deze werken zich uitstrekt over het exploitatiegebied bedoeld onder I. III. het aanpassen, verbeteren, vervangen binnen een exploitatiegebied van de onder I vermelde – bestaande – werken; IV. het aanpassen, verbeteren, vervangen van de onder I vermelde – bestaande – werken buiten het exploitatiegebied bedoeld onder I, voorzover de nuttigheid van deze werken zich uitstrekt over het exploitatiegebied onder I.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel