Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Belastinggrondslag

Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN DE BAATBELASTING VI

1.. De belasting wordt berekend naar het aantal gebruikseenheden, waaruit elk van de in artikel 1 bedoelde gebouwde onroerende zaken op 1 januari van het belastingjaar bestaat. 2.. Onder een gebruikseenheid wordt verstaan: een gebouwd eigendom met zijn gebouwde aanhorigheden; indien gedeelten van de in letter a bedoelde eigendommen blijkens hun indeling zijn bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt: elk als zodanig bestemd gedeelte. 3.. In afwijking van het eerste lid wordt, indien de gebouwde onroerende zaak deel uitmaakt van een vakantiebedrijf en ten dienste staat aan personen die aldaar tegen betaling van een vergoeding in welke vorm dan ook, verblijf houden met overnachten, voor de bepaling van het aantal gebruikseenheden uitgegaan van het op 1 januari van het belastingjaar aanwezige aantal onderkomens waarin zulk een verblijf mogelijk is en/of het aantal onderkomens waarvoor op 1 januari van het belastingjaar vergunning ingevolge de verordening op de kampeerplaatsen en op de kampeermiddelen is verleend. 4.. Voor de toepassing van het derde lid wordt elk vol aantal van zes onderkomens gelijk gesteld met een gebruikseenheid. Gew. rb. 15 oktober 1992.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel