In deze verordening wordt verstaan onder:
1. administratie:
het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van
het besturen, het functioneren en het beheersen van de organisatie en ten behoeve van de
verantwoording die daarover moet worden afgelegd;
2. financiële administratie:
het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en verwerken van feiten
betreffende de financiële gegevens van de organisatie, teneinde te komen tot een goed inzicht
in:
a. de financieel-economische positie;
b. het financiële beheer;
c. de uitvoering van de begroting;
d. het afwikkelen van vorderingen en schulden;
e. de rekening en verantwoording;
3. administratieve organisatie:
het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand
houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten
behoeve van de verantwoordelijke leiding;
4. financieel beheer:
het uitoefenen van het bestuur over en het toezicht op het beheer van middelen en het
uitoefenen van rechten van de gemeente;
5. doelmatigheid:
het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen;
6. doeltreffendheid:
de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid daadwerkelijk worden behaald.
Hoofdstuk 1
Artikel 1