Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

De hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW, IOAZ 2010

1. Onverminderd artikel 2, vierde lid, wordt de maatregel toegepast op de bijstandsnorm of de grondslag en wordt vastgesteld op: a. vijf procent van de bijstandsnorm of de grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie; b. tien procent van de bijstandsnorm of de grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie; c. vijftig procent van de bijstandsnorm of de grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie; d. honderd procent van de bijstandsnorm of de grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie. 2. Het college heroverweegt een besluit als bedoeld in het eerste lid binnen een door haar te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden bedraagt. 3. In afwijking van het eerste lid kan de verlaging ook worden toegepast op de bijzondere bijstand indien: a. de verwijtbare gedraging van belanghebbende, in relatie met zijn recht op bijzondere bijstand, daartoe aanleiding geeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel