**1.** Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar
het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor
verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van
iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door
het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij de
aanschrijving vast te stellen termijn:
a. indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;
b. de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;
c. of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen
of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt
voorkomen.
**2.** Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering
van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede
kleiner dan 4 cm, voorhanden of in voorraad te hebben of te
vervoeren. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van dit
verbod.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4.18
Bestrijding iepziekte
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Eemnes 2010