**1.** De norm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, wordt verhoogd met een toeslag van 100 procent.
**2.** De norm voor een alleenstaande of alleenstaande ouder wordt verhoogd met een toeslag van 100 procent, mits zijn noodzakelijke bestaanskosten niet kunnen worden gedeeld met een ander.
**3.** De norm voor een alleenstaande of alleenstaande ouder wordt verhoogd met een toeslag van 50 procent indien het eerste, tweede of vierde lid van dit artikel niet op hem van toepassing is.
**4.** De norm voor een alleenstaande of alleenstaande ouder wordt verhoogd met een toeslag van 25 procent, indien de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen worden gedeeld met twee of meer anderen.
**5.** In afwijking van dit artikel wordt geen toeslag verleend, indien de ander een niet-rechthebbende partner is en een inkomensvoorziening op grond van de WIJ ontvangt.
Hoofdstuk 3
Artikel 3
Verhogingen norm alleenstaande of alleenstaande ouder
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen WWB 2010