In deze verordening wordt verstaan onder:
1. wet: de Huisvestingswet;
2. besluit: het Huisvestingsbesluit;
3. woonruimte: het daaromtrent in artikel 1, sub 1.b van de wet bepaalde;
4. eigenaar: het daaromtrent in artikel 1, lid 2, van de wet bepaalde;
5. Provincie Utrecht: het grondgebied van de provincie Utrecht;
6. Gewest Eemland: het grondgebied van de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg;
7. huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren;
8. huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 7 van de wet;
9. huurprijs: het daaromtrent in artikel 1, sub 1 j van de wet bepaalde;
10. huurprijsgrens: het daaromtrent in artikel 6 lid 3, sub b van de wet bepaalde;
11. ingezetene: degene die in het bevolkingsregister van de gemeente Eemnes of één der andere gemeenten in de provincie Utrecht is opgenomen, en feitelijk in de gemeente Eemnes of één der andere gemeenten in de provincie Utrecht hoofdverblijf heeft in een voor permanente bewoning aangewezen woonruimte;
12. inkomen: het rekeninkomen zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de huurtoeslag;
13. inschrijfduur: periode dat een huishouden geregistreerd staat als woningzoekende in de gemeente Eemnes;
14. inwoning: het bewonen van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen;
15. maatschappelijke binding: het daaromtrent in artikel 1, sub 1 van de wet bepaalde, met dien verstande dat een maatschappelijke binding in elk geval wordt aangenomen ten aanzien van personen die tenminste drie jaar onafgebroken ingezetene zijn van de provincie Utrecht, dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar tenminste zes jaren onafgebroken ingezetene zijn geweest van de provincie Utrecht dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste vier jaar onafgebroken ingezetene zijn geweest van de gemeente Eemnes en vanwege het volgen van een voltijdse studie of school de gemeente heeft verlaten;
16. economische binding: het daaromtrent in artikel 1, sub 1.l van de wet bepaalde; Hieraan wordt toegevoegd, dat voorts een persoon economisch aan de provincie Utrecht gebonden is indien hij/zij een voltijdse studie volgt die over een langere periode frequente aanwezigheid in de provincie Utrecht vereist;
17. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
18. standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, sub 1e van de wet bepaalde;
19. vergunninghouder: degene aan wie de huisvestingsvergunning is verleend;
20. woningzoekende: een huishouden dat zich wil vestigen in de provincie Utrecht en voldoet aan de criteria zoals genoemd in paragraaf 2.4 van de verordening;
21. woonwagen: een woonwagen zoals bedoeld in artikel 1 sub 1f van de wet bepaalde;
22. aanbodsysteem: systeem van het aanbieden en verhuren van huurwoningen waarbij het aanbod voor alle woningzoekenden in een woonkrant wordt gepubliceerd en waarbij de uiteindelijke toewijzingen in dezelfde woonkrant als zodanig worden verantwoord, dat per toewijzing duidelijk is op welke gronden de toewijzing heeft plaatsgevonden