**1.** Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs
bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan € 17.700,
wordt slechts bekostiging verstrekt voorzover de kosten van het
vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de
in artikel 11 bepaalde afstand te boven gaan.
**2.** Ingeval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen
het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders
van een leerling die een school voor basisonderwijs of een school
voor voortgezet onderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een
eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer
over de in artikel 11 dan wel artikel 15 bepaalde afstand indien het
inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 17.700.
**3.** De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede
lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de
zone-indeling in de regeling die gebaseerd is op artikel 30, eerste
lid van de Wet personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs
zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer
of het daadwerkelijk gebruik ervan.
**4.** Het bedrag van € 17.700, genoemd in het eerste en tweede lid, wordt
met ingang van 1 januari 1999 jaarlijks aangepast aan de wijziging
die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers
heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en
rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450. Het aangepaste
bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde
bedrag van € 17.700.
**5.** Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie
ingevolge Titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt.