Het college staat het gebruik van een verkoopwagen toe indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a. een verkoopwagen kan slechts worden toegelaten op daartoe door het college aangewezen verkoopwagenstandplaatsen;
b. de verkoopwagenstandplaatsen zijn door het college aangewezen in het Inrichtingsbesluit warenmarkt op woensdag, donderdag en zaterdagmarkt;
c. een verkoopwagen moet binnen de aangegeven grootte van de verkoopwagenstandplaats blijven, zoals deze is bepaald in het Inrichtingsbesluit warenmarkt woensdag, donderdag en zaterdag;
d. de stahoogte onder de luifel van een verkoopwagen moet minimaal gelijk zijn aan de stahoogte onder de kap van een marktkraam;
e. een verkoopwagen mag niet frontgericht op de kopse kant van een kramenrij worden geplaatst;
f. indien voor het gebruik van verwarmingstoestellen of bak- en kookinstallaties in een verkoopwagen een ontheffing is verleend op grond van artikel 25 van de Marktverordening Vlaardingen;
g. het opstellen, plaatsen, verplaatsen van een verkoopwagen dient in overleg met de marktbeheerder te geschieden dit in verband met de orde op de markt met name tijdens het opbouwen en afbreken van de markt.
Artikel 4
Voorwaarden verkoopwagen
Onderdeel van Beleidsregel “Beleid met betrekking tot het toelaten van markavans en verkoopwagens op de Vlaardingse markten”