1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door burgemeester en wethouders worden verwijderd.
2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt gedurende ten minste een half jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd op een op het te ruimen graf te plaatsen bordje door burgemeester en wethouders bekend gemaakt, tenzij het adres van de rechthebbende bij burgemeester en wethouders bekend is. In dat geval maken zij aan hem uiterlijk een half jaar voor het genoemd tijdstip per brief hun voornemen bekend.
3. Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij burgemeester en wethouders ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na verwijdering nog gedurende twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende. De aanvraag kan worden ingediend gedurende de in het tweede lid genoemde termijn.
4. De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien: 1. geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend is verstreken;
2. de grafbedekking niet binnen drie maanden nadat deze van het graf is verwijderd, is afgehaald. 5. Niet blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende twaalf weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.
Hoofdstuk V
Artikel 21
Verwijdering grafbedekking
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen Holy en Emaus 2004