Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 11

Over te leggen stukken + eventuele verplichting verlenging grafrecht eigen graf.

Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraaf­plaatsen Holy en Emaus 2004

1. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder. 2. Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal plaats­vinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overge­legd ondertekend door de rechthebbende of, indien de rechthebbende zelf wordt begraven, door de echtgen(o)ot(e) of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad,één van de erfgenamen of degene die in de uitvaart voorziet. 3. Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrustter­mijn afloopt, kan alleen plaatsvin­den onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aange­vraagd door de rechthebbende of, indien deze is overle­den, door een van de andere personen, genoemd in het tweede lid. 4. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren. 5. De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.

Rechtspraak bij dit artikel