Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V

Artikel 24

Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraaf­plaatsen Holy en Emaus 2004

1. Het voornemen van burgemeester en wethouders om een eigen graf of een algemeen graf te ruimen wordt voorafgaan­de aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden op een bij het te ruimen graf te plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht, tenzij het adres van de rechtheb­bende op een eigen graf aan hen bekend is. In dat geval delen zij mee wanneer de termijn van uitgifte gaat verstrijken. Als de rechthebbende geen verzoek indient om de termijn te verlengen maken zij uiterlijk een half jaar voor het genoemde tijdstip per brief het voornemen tot ruiming bekend. 2. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfs­elen van lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestem­de gedeelten van de begraafplaats. 3. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheer­der een aanvraag indienen om bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraving elders. 4. Indien deze herbegraving op een begraafplaats in Vlaardingen plaatsvindt, zal dit niet in een algemeen graf plaatsvinden maar alleen in een familiegraf. 5. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een eigen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of ver­strooi­ing elders. 6. Het op verzoek van de rechthebbende geheel of gedeeltelijk ontruimen van een familiegraf heeft niet plaats, indien zulks ten doel heeft opnieuw in dat graf te begraven.

Rechtspraak bij dit artikel