Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven of de bezorging van as is overgelegd aan de beheerder.
Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd, ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.
Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. Bij de vaststelling van de vergoeding voor de nieuwe termijn worden de nog niet verlopen jaren van de vorige termijn, waarvoor wel betaald is, verrekend.
De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.
De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.
Hoofdstuk 3
Artikel 8
Over te leggen stukken
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats