Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 19

Grafbeplanting

Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats

1. Op een graf mag blijvende beplanting worden aangebracht in de vorm van heesters, struiken en vaste planten. Heesters mogen na uitgroei niet hoger worden dan 3 meter. 2. Niet-blijvende beplantingen op een graf, die in een verwaarloosde staat verkeren, kunnen door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. 3. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende, indien deze daartoe tevoren een mondeling of schriftelijk verzoek heeft gedaan bij de beheerder.

Rechtspraak bij dit artikel