Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 21

Verwijdering grafbedekking

Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats

1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door burgemeester en wethouders worden verwijderd. 2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt bekend gemaakt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd op een op het te ruimen graf te plaatsen bordje door burgemeester en wethouders bekend gemaakt, tenzij het adres van de rechthebbende bij burgemeester en wethouders bekend is. In dat geval stellen zij hem uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief van hun voornemen in kennis. 3. Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij burgemeester en wethouders ingediend schriftelijk verzoek, blijft de grafbedekking na verwijdering nog gedurende drie maanden ter beschikking van degene aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 20 was verleend. Het schriftelijk verzoek kan worden ingediend gedurende de in het tweede lid genoemde termijn. 4. De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien: - geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend is verstreken; - de grafbedekking niet binnen drie maanden nadat deze van het graf is verwijderd, is afgehaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel