Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsomschrijving en bereik

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen WWB 2010

1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. wet: de Wet werk en bijstand b. toeslag: de toeslag genoemd in artikel 25, lid 2 van de wet c. bijstandsnorm: de op grond van paragraaf 3.2 van de wet op de belanghebbende van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd met de op grond van paragraaf 3.3. van de wet, door het college vastgestelde verhoging of verlaging; d. norm: de normen als bedoeld in artikel 21 van de wet; e. woonkosten: 1. Indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag; 2. Indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud; 2. De begripsbepalingen genoemd in de artikelen 3, 4, 28, 29, 33 en 37 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Deze verordening is van toepassing op belanghebbenden van 27 jaar of ouder, maar jonger dan 65 jaar, die niet in een inrichting verblijven. 4. Als het de bijstandsverlening betreft aan een samenlevingsverband in de zin van artikel 3 van de wet, is de verordening van toepassing indien beide partners 27 jaar of ouder, maar jonger dan 65 zijn; 5. Voor de toepassing van deze verordening wordt niet als "een ander" aangemerkt: a. een inwonend kind tot 21 jaar; b. een inwonend kind vanaf 21 jaar indien dit kind een inkomen heeft dat hoger is dan het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering. 6. Voor de toepassing van deze verordening wordt een gezin beschouwd als "een ander".

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel