Een subsidie als bedoeld in dit hoofdstuk wordt aan organisaties,
werkzaam op het terrein van het maatschappelijk welzijn verstrekt,
indien het college van burgemeester en wethouders de doelstelling en
feitelijke werkzaamheden van aanvrager wenst te ondersteunen zonder
deze, of slechts in beperkte mate, naar aard, inhoud of omvang te
willen beïnvloeden.