Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 1

Artikel 2.3.1.13

Terrassen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem

1.. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester de weg of een weggedeelte te gebruiken voor het plaatsen van een bij een horeca-inrichting behorend terras. 2.. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het terras wordt geplaatst op het voor de voetgangers bestemde gedeelte van de weg; b. indien het terras op een weg wordt geplaatst die mede bestemd is voor voertuigen, dient een minimale doorgang van 1,5 meter voor voetgangers te worden vrijgehouden; c. op wegen of weggedeelten enkel bestemd voor voetgangers dient te allen tijde een vrije en onbelemmerde doorgang van minimaal 3,5 meter aanwezig te zijn ten behoeve van hulpdiensten; d. het terras mag slechts voor en aansluitend aan het pand van de betreffende horeca-inrichting worden geplaatst en enkel gedurende de openingstijden daarvan; e. het terras mag maximaal twee meter breed zijn; f. het terras is niet gelegen in het horecaconcentratiegebied als bedoeld in artikel 2.3.1.15, zesde lid, in de Steenstraat noordzijde of in de winkelcentra Kronenburg en Presikhaaf; g. de horeca-inrichting waar het terras bij wordt geplaatst is geen afhaalcentrum. 3.. De burgemeester weigert de in het eerste lid bedoelde vergunning indien de desbetreffende horeca-inrichting een afhaalcentrum is. 4.. De burgemeester kan de in het eerste lid bedoelde vergunning weigeren: a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; b. indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatige beheer en onderhoud van de weg; c. indien het beoogde gebruik – hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving – niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; d. indien zich ten aanzien van het beoogde gebruik een van de in artikel 2.3.1.6, aanhef en onder a, b, c of d genoemde weigeringsgronden voordoet. .5. Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet, voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement Gelderland van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel