Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 2.4.23

Houden van hinderlijke of schadelijke dieren

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem

1.. Bij het houden en aanwezig hebben van dieren op plaatsen buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer is de eigenaar of houder van deze dieren verplicht zodanige maatregelen te treffen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving niet op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïïnvloed of dat geen schade optreedt aan de openbare gezondheid. 2.. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels; c. aanwezig- te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven 3.. Het college kande rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het tweede lid aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het gestelde verbod. 4.. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel