1.De burgemeester weigert de vergunning, indien:
de vestiging of exploitatie van de beoogde horeca-inrichting strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan, een leefmilieuverordening of de Huisvestingswet;
naar zijn oordeel door de aanwezigheid van de horeca-inrichting het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;
er sprake is van een dusdanige hoge concentratie van horeca-inrichtingen in een bepaald gebied dat er naar zijn oordeel sprake is van een ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat dan wel van een onaanvaardbaar risico van mogelijke verstoringen van de openbare orde;
de horeca-inrichting gevestigd is in de onmiddellijke nabijheid van andersoortige horeca-inrichtingen of winkels met een dusdanig andere bezoekersgroep, dat de ontmoeting tussen de verschillende bezoekersgroepen tot verstoringen van de openbare orde aanleiding kan geven;
de horeca-inrichting niet voldoet aan de inrichtingseisen, gesteld in artikel 2.3.1.12;
de exploitant of beheerder onder curatele staat, uit het ouderlijke gezag of voogdij ontzet is dan wel de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet heeft bereikt;
de exploitant of beheerder niet voldoet aan de in het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- enHorecawet 1999 gestelde eisen ten aanzien van het zedelijke gedrag van leidinggevenden; of
redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag voor de vergunning vermelde in overeenstemming zal zijn.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 1
Artikel 2.3.1.6
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem