Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 1

Artikel 2.3.1.9

Intrekkingsgronden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem

1.. 1.De burgemeester trekt de vergunning in, indien: blijkt dat de vergunning is verleend ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave en de vergunning bij een volledige en juiste opgave niet zou zijn verleend; door de wijze van exploitatie de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; de exploitant of beheerder niet langer voldoet aan de in het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999 gestelde eisen ten aanzien van het zedelijke gedrag van leidinggevenden. 2.. De burgemeester kan de vergunning intrekken, indien: naar zijn oordeel de omstandigheden op grond waarvan de vergunning is afgegeven, zodanig zijn gewijzigd dan wel de exploitatie van de horeca-inrichting op een zodanige wijze plaatsvindt, dat het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen; er sprake is van een gewijzigde exploitatie waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd; het bij artikel 2.3.1.11 gesteld verbod wordt overtreden; niet meer wordt voldaan aan de inrichtingseisen, gesteld in artikel 2.3.1.12.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel