Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 5

Artikel 4.5.5

Bijzondere vergunningvoorschriften/herplant/inwerkingtreding

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem

1.. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het collegete geven aanwijzingen moet worden herplant. 2.. Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen. 3.. Indien herbeplanting naar het oordeel van het college niet mogelijk is of naar maatstaven van redelijkheid onvoldoende compensatie biedt voor het vellen van de houtopstand, dan kan aan de vergunning het voorschrift worden verbonden dat de houtopstand niet mag worden geveld alvorens een bedrag gelijk aan de waarde van de houtopstand is gestort in een voorziening van de gemeente die dient ter instandhouding en uitbreiding van het bomenbestand en groenvoorzieningen in de gemeente. 4.. Het college stelt nadere regels vast voor het bepalen van de waarde van de in het vorige lid bedoelde houtopstand. 5.. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan tevens behoren het voorschrift dat de vergunning in werking treedt met ingang van de dag na die waarop de bezwaartermijn eindigt en dat indien gedurende de bezwaartermijn een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, de inwerkingtreding van de vergunning wordt opgeschort totdat op dat verzoek wordt beslist.

Rechtspraak bij dit artikel