1. Voordat een verzoek ter plaatsing van een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de vergadering van de raad wordt ingediend, moet eerst een inleidend verzoek worden ingediend bij de griffier.
2. Het inleidend verzoek bevat ten minste:
- een nauwkeurige omschrijving van het burgerinitiatiefvoorstel
- een toelichting op het burgerinitiatiefvoorstel
- de achternaam, de voornaam, het adres, het telefoonnummer, geboortedatum en handtekening van de verzoeker.
3. Een panel van raadsleden, ondersteund door de griffier beoordeelt of het inleidend verzoek zich leent voor een burgerinitiatiefvoorstel. Hierna kan een verzoek ter plaatsing van een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de vergadering van de raad worden ingediend.
4. Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van het in bijlage 1 van deze verordening opgenomen model.