1. Benoeming vindt slechts plaats nadat ten aanzien van de kandidaat-ombudsman of kandidaat-plaatsvervangend ombudsman een verklaring omtrent het gedrag is afgegeven als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.
2. De raad besluit ten minste zes maanden voor afloop van de benoemingsperiode over het al dan niet herbenoemen van de ombudsman en diens plaatsvervanger.
Paragraaf 1
Artikel 2
Benoeming en herbenoeming ombudsman en plaatsvervangend ombudsman
Onderdeel van Verordening gemeentelijke ombudsman Vlaardingen 2005