Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 1

Artikel 10

Schriftelijke oproep en agenda’s

Onderdeel van Verordening inhoudende het reglement van orde voor de werkwijze van de gemeenteraad en de raadscommissies 2007

1. Namens de agendacommissie zendt de raadsgriffier ten minste vier werkdagen vóór een raads-, commissie- of oriënterende vergadering aan de raadsleden, respectievelijk de steunleden, een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, aanvangsuur en plaats van de te houden vergaderingen. 2. De agenda’s als bedoeld in artikel 5, derde lid en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijk met de schriftelijke oproep aan de leden van de raad, respectievelijk de steunleden, verzonden. 3. Indien een aanvullende (voorlopige) agenda wordt opgesteld, wordt deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden van de raad en steunledengezonden. 4. Bij aanvang van de raadsvergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid of de raadsvoorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen, van de agenda afvoeren of de volgorde wijzigen van de te behandelen onderwerpen. 5. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voorbereid acht voor een debat of voor besluitvorming, kan hij het onderwerp verwijzen naar een raadscommissie, of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel