1. De agenda’s voor de commissievergaderingen worden vastgesteld door de agendacommissie. Daarbij wordt een zodanige verdeling van agendapunten over de raadscommissies nagestreefd dat de parallel te houden vergaderingen naar verwachting van gelijke duur zullen zijn.
2. De vergaderingen van de raadscommissies hebben een oordeelsvormend karakter. Dit houdt in dat alle relevante informatie beschikbaar dient te zijn voor de raads- en steunleden om tot oordeelsvorming te kunnen komen. Indien gewenst kan er tevens een opiniërende discussie plaatsvinden. De agendacommissie zal daar dan tijd voor inruimen.
3. Wanneer de commissievoorzitter, na het horen van de commissiewoordvoerders, vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging. Bij een voorstel aan de raad van het college of bij een initiatiefvoorstel concludeert de commissievoorzitter, na het horen van de commissiewoordvoerders,aan het eind van de bespreking dat: 1. het voorstel geschikt is voor besluitvorming; of
2. het voorstel geschikt is voor een debat in de raad, of
3. het voorstel op de agenda voor de volgende commissievergadering geplaatst wordt in verband met de behoefte aan nadere informatie; of
4. een andere vorm van informatie-inwinning gewenst is. 4. Het gevoelen van alle woordvoerders van de raadscommissie, als bedoeld in het vierde lid, wordt expliciet ter kennis gebracht van de agendacommissie. De agendacommissie neemt een besluit over het verdere besluitvormingstraject van het voorstel.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 14
Raadscommissies hebben oordeelsvormend karakter
Onderdeel van Verordening inhoudende het reglement van orde voor de werkwijze van de gemeenteraad en de raadscommissies 2007